Gaan naar : inhoud - zoeken - menu
| |
FR

Een historisch monument

Op de 176 m hoge Kasselberg, het hoogste punt van Vlaanderen, ligt het Museum in een opmerkelijke omgeving wat erfgoed, milieu en toerisme betreft. Het is ondergebracht in het Hôtel de la Noble Cour, een historisch, geklasseerd monument en een van de mooiste Vlaamse gebouwen in Hauts-de-France.

Het Hôtel de la Noble Cour kent een bewogen geschiedenis. Tot de Slag bij Kassel in 1677 behoort Cassel (Kassel in het Nederlands) tot het graafschap Vlaanderen. Het Hôtel de la Noble Cour herbergt de kasselrij, die een administratieve en financiële rol heeft, en het Hof, dat lokaal rechtspreekt. De kasselrij zou in de 11e eeuw gesticht zijn, ongetwijfeld door Robrecht de Fries, maar geen enkel document staaft dit vermoeden; uit een akte uit 1218 blijkt echter dat gravin van Vlaanderen Johanna van Constantinopel de kasselrij aankoopt. Vanaf die datum tot aan de Franse Revolutie staan verschillende baljuws aan het hoofd van de kasselrij, die uit negen vierschaven of rechtsgebieden bestaat, goed voor vierenvijftig parochies, waarvan de meeste liggen in wat nu het Franse Binnen-Vlaanderen is.

In de 18e eeuw wordt in het gebouw een zaal ingericht, nu de "kasselrijzaal" genoemd, om de archieven te bewaren. De rechtszaal bevindt zich op de eerste verdieping van het gebouw.

Een meer dan 800 jaar oude geschiedenis

Een prachtig gebouw

Het gebouw wordt gekenmerkt door een 16e-eeuwse renaissancegevel, die zichtbaar is vanaf de Grand'Place, en aan de kant van de tuin, door een typisch Vlaamse bouwstijl, met een trapgevel. Ook het interieur van het gebouw is rijk aan variatie, met een afwisseling van gesculpteerd houtwerk en typisch Vlaamse bakstenen muren, wat het geheel een warm karakter geeft. Vanaf de geplaveide binnenplaats en de tuin aan de achterkant van het gebouw is het uitzicht op de Vlaamse vlakte adembenemend.

Een verbazingwekkend landschap

Het Hôtel de la Noble Cour strekt zich uit tussen de Grand'Place van Cassel en de tuin, waarbij de continuïteit in de hand wordt gewerkt door glazen deuren aan weerszijden van de ontvangsthal. De tuin vormt een waardige achtergrond voor de Vlaamse schilderijen uit de 16e en 17e eeuw. Hier wordt hetzelfde principe van uitlopende kleuren gebruikt: zo wordt dezelfde geleidelijke kleurovergang aangehouden, van okergroen tot blauw in de verte, waardoor een atmosferisch perspectief wordt gecreëerd. De tuin bestaat uit terrassen, die met verschillende, typisch Vlaamse materialen vorm hebben gekregen – baksteen, blauwsteen – en biedt een van de mooiste uitzichten op de Vlaamse vlakten. Op een plattegrond van Cassel van 1640 is te zien dat de tuin destijds op nagenoeg dezelfde manier geconfigureerd was: een hoger gelegen gedeelte zonder specifieke landschapsaanpassing en een lager gelegen gedeelte met bomen. Op een plattegrond van 1926 staat het gebouw van het einde van de 18e eeuw met een Franse tuin.

terug naar boven